Toepassing van §7.3.5 (SEAD/DEAD & ATO-cyclus) en §7.3.6 (third-party targeting).
MLCOA: Kaskilva houdt de SAM-batterijen grotendeels "silent" — radars uit, engagement op basis van cues van de fusion-knoop en de lange-afstandsradars — om vroege SEAD-detectie te vermijden (vergelijk het verdedigingsperspectief in airdefense-academy §5.11). MDCOA: bij de eerste tekenen van een naderende strike package schakelt Kaskilva het volledige netwerk actief, inclusief de puntverdediging rond de vliegvelden.
Omdat de batterijen mogelijk "silent" opereren, is de dreigingsring op de overlay uit stap 2 een ondergrens, geen zekerheid: zolang de fusion-knoop functioneert, reikt de dreiging tot het bereik van het netwerk, niet van één radar (§7.3.6). De eigen COA moet daarom niet alleen het "gat" uit stap 2 gebruiken, maar de fusion-knoop zelf als eerste doel prioriteren.
1) EW en anti-radiatiewapens richten zich op de GCI-fusion-knoop (het HVT uit stap 3) — met succes valt het netwerk terug op geïsoleerde, minder gecoördineerde batterijen. 2) Het strike-pakket vliegt de laag-corridor uit stap 2, tijdens het venster van verminderd zicht. 3) Timing wordt gesynchroniseerd met de ATO-cyclus: de SEAD-golf moet binnen het ATO-tijdvenster van het strike-pakket vallen.
| Decision point | Trigger | Beslissing |
|---|---|---|
| DP-1 | ELINT detecteert actieve fusion-knoop-emissie ondanks SEAD-golf | Herhaal SEAD op de fusion-knoop vóór het strike-pakket start |
| DP-2 | Radaractiviteit van een LOMEZ-batterij binnen 5 minuten na SEAD | MDCOA wordt waarschijnlijk — strike-pakket krijgt alternatieve, verder noordelijke route |
Deze casus doorloopt in vier stappen wat hoofdstuk 4 t/m 7 los behandelen: de battlespace-geometrie bepaalt wát je in kaart brengt (stap 1), de combined threat overlay laat zien wáár de ruimte zit (stap 2), de kill-web-analyse van de ORBAT wijst aan wélke knoop ertoe doet (stap 3), en de COA/decision-support-laag verbindt dat alles aan een uitvoerbaar besluit (stap 4). Net als bij elke IPB blijft dit een levend product: elke nieuwe waarneming werkt terug in stap 2 en 3.