| Niveau | Focus | Typische producten |
|---|---|---|
| Strategisch | Nationale doelen, bondgenootschappen, politieke ontwikkelingen, langetermijndreigingen | National Intelligence Estimate, strategische assessments |
| Operationeel | Campagnes, grote operaties, theaterplanning | JIPOE, operationeel intelligence estimate |
| Tactisch | Gevechten, engagements, directe dreigingen | IPB, threat assessment, DST, event template |
De niveaus lopen in de praktijk in elkaar over: een tactische waarneming (een nieuw wapensysteem aan het front) kan strategische betekenis hebben, en strategische besluiten bepalen de tactische speelruimte.
De operationele omgeving
De operationele omgeving omvat álle omstandigheden die militaire operaties beïnvloeden:
- Fysiek — terrein, weer, infrastructuur;
- Menselijk — bevolking, leiderschap, strijdkrachten;
- Informatie — media, cyber, elektronische oorlogvoering;
- Politiek, economisch en sociaal — machtsstructuren, schaarste, cultuur;
- Tijd — tijdsdruk, seizoenen, momentum.
Dit bredere perspectief is de basis van IPOE (Intelligence Preparation of the Operational Environment): dezelfde methodiek als IPB, maar toegepast op de volledige omgeving in plaats van alleen het gevechtsveld. Zie ook het framework PMESII-PT.
De vier vragen van de commandant
Alles wat inlichtingen doen, is terug te voeren op vier fundamentele vragen:
| Vraag | Inlichtingenactiviteit |
|---|---|
| 1. Waar zijn we? | De operationele omgeving begrijpen |
| 2. Wie is de vijand? | Organisatie, doctrine en identificatie (ORBAT) |
| 3. Wat kán de vijand doen? | Capability assessment |
| 4. Wat gaat de vijand waarschijnlijk doen? | Voorspellende analyse — COA-ontwikkeling |
Die laatste vraag — wat gaat de vijand waarschijnlijk doen? — is de kernvraag van het hele IPB-proces.