Stap 3 evalueert de vijand als vechtende macht: capaciteiten, doctrine, sterktes en zwaktes, organisatie en het waarschijnlijke gebruik van dat alles in de omgeving die in stap 2 is geanalyseerd. Waar stap 2 vroeg "hoe beïnvloedt de omgeving operaties?", vraagt stap 3: "hoe gaat de vijand die omgeving uitbuiten?"
Een threat is elke actor die eigen operaties kan beïnvloeden door intentie, capaciteit of gelegenheid: reguliere strijdkrachten, SOF, insurgents, terroristische organisaties, proxy's, criminele netwerken, cyberactoren, EW-eenheden en onbemande systemen. Beoordeel altijd capaciteit én intentie.
| Kenmerk | Kernvraag |
|---|---|
| Identity / Composition | Wie is de vijand en welke eenheden heeft hij? |
| Disposition / Strength | Waar staat hij en met hoeveel? |
| Capability / Doctrine | Wat kan hij en hoe vecht hij? |
| Logistics / Leadership | Kan hij volhouden en wie voert het bevel? |
| Morale / Readiness | Wil hij vechten en hoe snel kan hij reageren? |
Order of Battle (ORBAT)
De ORBAT beschrijft organisatie, structuur en dispositie van vijandelijke eenheden. Een complete ORBAT bevat zes componenten:
- Identificatie — eenheidsaanduiding, hoger niveau, type, nationale affiliatie;
- Organisatie — brigade → bataljon → compagnie → peloton, met commandorelaties;
- Uitrusting — tanks, IFV's, APC's, artillerie, luchtverdediging, UAV's, genie, logistiek;
- Sterkte — personeel, voertuigen, wapensystemen; onderscheid authorized, actual en operational strength;
- Dispositie — actuele locaties, stellingen, verzamelgebieden, logistieke knooppunten, commandoposten;
- Activiteit — wat doet de eenheid nú: ingraven, verkennen, artillerie verplaatsen, hindernissen leggen, bevoorraden.
Vijandelijke 12e Gemechaniseerde Brigade (commandant: kol. Ivanov): 1× tankbataljon, 2× gemechaniseerd bataljon, artilleriebataljon, luchtverdedigingsbatterij, geniecompagnie, verkenningscompagnie, logistiek bataljon.
Een ORBAT bouw je nooit uit één melding. HUMINT levert identificatie, SIGINT commandorelaties, IMINT materieeltellingen, GEOINT locaties, OSINT open berichtgeving, TECHINT capaciteiten, patrouillerapporten tactische waarnemingen. Fusion van bronnen verhoogt de confidence.
Doctrine-analyse
Doctrine-analyse onderzoekt hoe de vijand normaal gesproken vecht: hoe voert hij aanvallen uit, hoe organiseert hij de verdediging, wanneer zet hij reserves in, hoe gebruikt hij artillerie, genie en verkenning? Doctrine is de baseline waartegen actueel gedrag wordt vergeleken.
Wie de doctrine kent, kan onderscheiden tussen verwacht gedrag, afwijkend gedrag en indicatoren van veranderende intentie. Afwijking van doctrine signaleert vaak een andere COA.
Doctrine: artillerievuur begint 30 minuten vóór de aanval; genie doorbreekt hindernissen direct vóór de stormaanval; luchtverdediging beweegt mee met de voorste bataljons.
Waargenomen: genie beweegt naar voren zónder artillerievoorbereiding.
Assessment: mogelijk een misleidingsoperatie, of een snelle exploitatie buiten het doctrinaire patroon.
Capability assessment en combat effectiveness
De capability assessment bepaalt wat de vijand kán — ongeacht of hij het van plan is. Beoordeel capaciteiten altijd in de context van terrein, weer, logistiek, gereedheid en moreel, langs zes categorieën:
| Categorie | Kernvragen |
|---|---|
| Manoeuvre | Kan hij aanvallen, verdedigen, vertragen, terugtrekken, infiltreren? |
| Vuursteun | Artilleriebereik, raketsystemen, mortieren, precisievuur, luchtsteun |
| Mobiliteit | Brugslag, geniesteun, terreinvaardigheid, doorbraakcapaciteit |
| Luchtverdediging | Bereik, dekking, radarcapaciteit, mobiliteit, integratie |
| Verkenning | UAV's, patrouilles, SIGINT, grondradar |
| Sustainment | Brandstof, munitie, onderhoud, geneeskundig, transport |
Slechte logistiek is vaak de beslissende beperkende factor. Leg de uitkomst vast in een capability matrix — per capaciteit een oordeel (hoog/middel/laag) mét confidence.
Combat effectiveness is meer dan materieel: leiderschap, ervaring, moreel, training, gereedheid, logistiek, verliezen en verbindingen tellen mee. Een goed geleid bataljon op halve sterkte kan een slecht geleid bataljon op volle sterkte overtreffen.
Threat-evaluatie legt onvermijdelijk intelligence gaps bloot — locatie van de reserve, munitiestatus, AD-dispositie, geniecapaciteit. Elke gap genereert een nieuwe PIR of collection-taak.
Luchtmachtvoorbeeld: lucht-ORBAT en IADS-doctrine
De ORBAT-componenten blijven identiek, maar de inhoud verschuift naar het luchtdomein: in plaats van bataljons en compagnieën tel je squadrons, GCI-stations (Ground-Controlled Intercept) en SAM-belts.
| ORBAT-component | Luchtmacht-invulling |
|---|---|
| Identificatie & organisatie | Jachtvliegtuigregiment, squadron, GCI-sector, SAM-brigade |
| Uitrusting | Toesteltypes, SAM-systemen, radartypes, EW-middelen |
| Sterkte | Aantal vliegklare toestellen, bezetting per squadron |
| Dispositie | Vliegveldbezetting, SAM-stellingen, radar- en GCI-locaties |
| Activiteit | Vlieguren, oefenpatronen, alert-status (quick reaction alert) |
IADS-doctrine beschrijft hoe lucht- en grondgebonden luchtverdediging samenwerken: hoe GCI jachtvliegtuigen naar doelen leidt, hoe SAM-belts elkaar overlappen (layered defense), en wanneer luchtverdediging autonoom mag vuren versus centrale toestemming nodig heeft. Bronnen verschuiven navenant: ELINT identificeert radartypes en dus SAM-varianten, IMINT telt toestellen op platforms, en afwijkingen in vluchtpatronen (bijvoorbeeld ongebruikelijke QRA-scrambles) zijn de luchtmacht-equivalenten van SALUTE-indicatoren.
Verdieping: van kill chain naar kill web
Wie een tegenstander evalueert, moet begrijpen hóe die zijn wapens en sensoren tot effect brengt. Klassiek gebeurt dat via een kill chain: een lineaire keten, vaak samengevat als F2T2EA — Find, Fix, Track, Target, Engage, Assess. Elke schakel volgt op de vorige, en dat is meteen de kwetsbaarheid: breek één schakel (verblind de sensor, verstoor de datalink, schakel de C2-knoop uit) en de hele keten valt stil. Traditionele SEAD/DEAD en counter-C2 zijn hierop gebouwd — zoek de zwakste schakel.
De kill web vervangt die ene keten door een net van veel-op-veel-paden tussen sensoren, C2-knopen en shooters. Elke sensor kan elke geschikte shooter voeden; valt een pad weg, dan neemt een ander pad het over. Rollen worden dynamisch en soms AI-ondersteund hertoegewezen; het netwerk is redundant en zelfherstellend in plaats van lineair.
| Kill chain | Kill web | |
|---|---|---|
| Structuur | Lineair, één pad (F2T2EA) | Netwerk, veel-op-veel paden |
| Kwetsbaarheid | Elke schakel = single point of failure | Redundant — één knoop uit ≠ systeem uit |
| Tegenmaatregel | Breek de zwakste schakel | Degradeer meerdere knopen tegelijk |
| Aansturing | Vast, hiërarchisch | Dynamisch, deels geautomatiseerd |
China ontwikkelt dit expliciet onder de noemer systems destruction warfare en Multi-Domain Precision Warfare (het PLA-antwoord op het Amerikaanse JADC2/CJADC2). Het idee: niet platform-tegen-platform vechten, maar de kill chains van de tegenstander (sensoren, datalinks, C2) verlammen. AWACS-knopen als de KJ-500 en KJ-2000 orkestreren daarbij een netwerk van ruimte-, lucht- en grondsensoren.
Tegen een kill web verschuift de HVT-analyse van platforms naar netwerkknopen en datalinks: de kritieke sensor-fusie-knoop, het communicatierelais of het C2-brein wordt belangrijker dan een enkele shooter. Eén doel uitschakelen degradeert het web zelden — targeting moet meerdere knopen tegelijk raken of de verbindingen ertussen. Verbind dit met de HVT/HPT- en fusion-analyse: de vraag is niet "welk platform?", maar "welke knoop, als die wegvalt, laat het net instorten?".