De zes fasen worden hieronder afzonderlijk behandeld. Onthoud daarbij: de cyclus is een denkmodel. In de praktijk lopen fasen parallel, springen meldingen fasen over en draaien er meerdere omlopen tegelijk — één per inlichtingenvraag.
Fase 1 — Direction (sturing)
Direction bepaalt wélke inlichtingen nodig zijn om de operatie te ondersteunen. Commandant en inlichtingenstaf stellen vast: de PIR's, FFIR's en EEFI, de collection-prioriteiten en de intelligence gaps.
Waar is de vijandelijke reserve? · Is de vijand de rivier overgestoken? · Welke luchtverdedigingssystemen zijn operationeel? · Is de brug voorbereid voor vernietiging?
Producten: PIR-matrix, collection plan, intelligence requirements, collection synchronization matrix.
Zonder scherpe sturing wordt collection een sleepnet: veel data, weinig antwoorden. Elke sensor-inzet moet herleidbaar zijn tot een requirement.
Fase 2 — Collection (verzamelen)
Collection verzamelt informatie uit alle beschikbare bronnen: de INT-disciplines (HUMINT, SIGINT, GEOINT, IMINT, MASINT, OSINT), maar ook patrouilles, verkenningseenheden, UAV's, radar, EW-sensoren en civiele autoriteiten.
Collection is niet hetzelfde als inlichtingen produceren. Verzamelen levert alleen ruwe informatie op.
Een UAV detecteert tien pantservoertuigen die naar het oosten rijden. Dat is informatie — nog geen inlichtingen. Wat het betekent, blijkt pas in de analyse.
Fase 3 — Processing & Exploitation (verwerken)
Processing maakt verzamelde informatie bruikbaar voor analyse: beeldinterpretatie, vertaling, decodering van signalen, geolocatie, invoer in databases en het formatteren van rapporten.
Processing is de onzichtbare fase — en daardoor vaak de onderschatte bottleneck. Een berg onvertaalde intercepties of ongeëxploiteerde beelden is operationeel gezien niets waard.
Fase 4 — Analysis & Production (analyseren)
Hier wordt informatie inlichtingen. Analisten combineren informatie uit meerdere bronnen en beoordelen geloofwaardigheid, betrouwbaarheid, operationele betekenis, vijandelijke intenties en capaciteiten, en mogelijke courses of action.
De kernvragen: wat is er gebeurd? — waarom? — wat betekent het? — wat gebeurt er hierna? — en hoe zeker zijn we?
Informatie: toegenomen radioverkeer · artillerieverplaatsingen · brandstofkonvooien naar voren · UAV-activiteit.
Oordeel: "De vijand bereidt een offensieve operatie voor binnen 24 uur." — dát is een inlichtingenproduct.
In deze fase draait het IPB-proces: het gestructureerde raamwerk dat omgeving, vijand en COA's systematisch doorwerkt.
Fase 5 — Dissemination (verspreiden)
Dissemination brengt het product bij wie het nodig heeft. Inlichtingen die te laat aankomen, hebben nauwelijks waarde.
Gangbare producten: INTSUM, INTREP, SPOTREP, threat assessment, intelligence estimate, situation update, DST, kaarten en threat-overlays.
Principes: tijdig · relevant · accuraat · actionable · beveiligd. Het beste product is dat wat de ontvanger direct kan gebruiken — geen naslagwerk, maar een antwoord.
Fase 6 — Feedback (terugkoppeling)
Feedback stelt vast of de inlichtingen aan de behoefte voldeden: was het product bruikbaar? Zijn de PIR's beantwoord? Wat ontbreekt nog? Moeten prioriteiten schuiven?
Feedback genereert nieuwe requirements — en daarmee begint de cyclus opnieuw. Zonder feedback verzandt het proces in producten die niemand gebruikt.
Luchtmachtvoorbeeld: een SEAD-missie door de cyclus
Direction: PIR — "Is SAM-site RODNIK nog operationeel op het moment van de aanvalsgolf?" Collection: ELINT-sensoren luisteren naar de zoekradar van RODNIK, een IMINT-pas fotografeert de stelling. Processing: de radaremissie wordt geïdentificeerd als een specifiek SAM-type; het beeld wordt gegeorefereerd. Analysis: radar actief + voertuigen in stelling → site is operationeel en vormt een dreiging voor de aanvalsroute. Dissemination: geactualiseerde threat-overlay naar de missieplanners en het Air Operations Center. Feedback: PIR beantwoord → nieuwe PIR: "Blijft de site actief ná de eerste SEAD-golf?"
Dezelfde zes fasen, maar met een andere sensor-mix en een strakkere tijdlijn: luchtoperaties draaien vaak op de cadans van de Air Tasking Order-cyclus (doorgaans 24-72 uur van planning tot uitvoering), wat betekent dat collection en analyse binnen een hard omschreven venster moeten leveren.